Bijeenkomst 2: Nietzsche en tragedie: Over Aeschylus’ Prometheus en de filosofische erfenis van Plato en Aristoteles
Wat hebben recht en tragedie met elkaar te maken? Zoeken naar gerechtigheid is een vorm van kunst, zo stelt Timo Slootweg in zijn boek Uit de schaduw van de wet (2016). De esthetica is de filosofie van de kunst. Hoe kan dit principe van toepassing zijn op het recht? De esthetica van het recht beoogt een filosofisch onderzoek naar de kunst van recht en van rechtsvinding (het doen van recht). In deze bijeenkomst geeft Slootweg een inleiding in deze esthetica. Hij daagt de deelnemers uit om na te denken op welke wijze verbeelding en literatuur kunnen bijdragen aan een beter begrip van het recht. Wat kunnen de filosofie en de wetenschap leren van literatuur? Om deze vraag te beantwoorden, wordt vertrokken vanuit Friedrich Nietzsche’s beroemde, vroege werk De geboorte van de tragedie (1872). Dit boek is uiterst prikkelend en relevant; het gaat over de opkomst en neergang van de Griekse tragedie als kunstvorm, als dichterlijke denkwijze en wereldbeschouwing. De Griekse tragedie was een unieke combinatie van het rationele en irrationele, van orde en wanorde, van het wetmatige en het illegale. Of zoals Nietzsche het zegt: van het ‘apollinische’ en het ‘dionysische’. De tragedie, als kunstvorm van een uiterst zeldzame tragische combinatie van levenskrachten, heeft echter maar kort bestaan. De ratio temde de hartstocht die voor deze kunstvorm van essentiële betekenis was. Het tragische moest plaatsmaken voor filosofie en moraliteit, voor de logica en het verstand. Het apollinische werd heer en meester, ten koste van de tragische levenskunst.

Wat was de Griekse tragedie eigenlijk, volgens Nietzsche? Waarom heeft hij het over de dood en de wedergeboorte van de tragedie? Wie of wat heeft de tragedie als kunstvorm doen verdwijnen? Welke rol speelt de filosofie en de wetenschap daarbij? Wat betekent dit alles voor de rechtswetenschap? Timo Slootweg neemt de deelnemers mee op reis langs de gewesten van de tragedie. De eerste bijeenkomst biedt een theoretische inleiding voor deze leergang: in de volgende bijeenkomsten wordt veelvuldig terugverwezen naar Nietzsche.

Nietzsche over Prometheus, Plato en Aristoteles
Allereerst wordt Nietzsche’s benadering van de tragedie in grote lijnen uiteengezet. Om het eigen karakter daarvan scherp te profileren, wordt deze onderscheiden van de zeer invloedrijke, esthetica van Plato en Aristoteles. In lijn met Nietzsche zoeken wij naar de mogelijkheid van een ‘wedergeboorte van de tragedie’. Deze wedergeboorte blijkt ook uit de geest van het moderne christendom en het christelijk existentialisme. Vooral bij Dostojevski en Unamuno - die in de volgende bijeenkomsten centraal staan - hervinden wij het tragische besef, al is het dan in andere vorm. Slootweg besluit met de vraag wat het belang van dit alles kan zijn voor het recht: waarom en in hoeverre vraagt het recht om het tragisch besef en om creativiteit? Waarom zouden we het recht moeten zien als een ars inveniendi?

Bijeenkomst 1: Inleiding: Paul Scholten over Recht en levensbeschouwing
Deze bijeenkomst heeft een inleidend karakter. Deelnemers hebben geen voorkennis nodig in Recht en Literatuur of Rechtsfilosofie. 

Bijeenkomst 5: Unamuno over Don Quichot en het tragisch levensgevoel
Miguel de Unamuno (1864-1936) is na Cervantes, Spanjes meest geniale schrijver. Hij is ook een exegeet van Cervantes’ Don Quichot, en in menig opzicht diens eigentijdse personificatie. Net als de Don bestormt Unamuno de windmolens van de moderniteit en het filosofische rationalisme. Hij strijdt tegen de orthodoxie van de moderne wetenschappelijke inquisitie. Niet in filosofische stelsels maar in poëzie, religie en mystiek is volgens hem de ware levensbeschouwing te vinden.

De filosofie in de ziel van mijn volk komt mij voor als de uiting van een innerlijke tragedie, vergelijkbaar met de tragedie in de ziel van Don Quichot, als de afspiegeling van een strijd tussen wat de wereld is volgens de wetenschappelijke rede en wat wij willen dat de wereld is volgens ons religieus geloof. […] Don Quichot legt zich niet neer bij de wereld met haar waarheid, haar wetenschap of logica.

Verbannen uit zijn vaderland wegens majesteitsschennis en gemangeld door twee dictators, belichaamt deze grote denker en dichter het beste van zijn volk. Unamuno's oeuvre omvat uiteenlopende genres. Zijn magnum opus, Del sentimiento trágico de la vida en los hombres y en los pueblos (Over het tragisch levensgevoel in de mensen en in de volken) uit 1912, verscheen in alle talen en sinds 2015 ook in het Nederlands.

Unamuno is vooral bekend als romanschrijver (zoals Niebla, in het Nederlands vertaald als Nevel). Maar in zijn eigen tijd werd hij juist algemeen gerespecteerd als een groot denker. Het tragisch levensgevoel wordt tot op de dag van vandaag goed gelezen. De beroemde Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges beschouwde dit werk als het grootste Spaanse werk van de twintigste eeuw. Hierin meet Unamuno zich met de grootste denkers en ideeën uit de geschiedenis van de filosofie, zoals met Spinoza en Nietzsche.

Ieder weldenkend mens, meent Unanumo, wordt geconfronteerd met de innerlijke strijd tussen hoofd en hart en tussen rede en geloof – thema’s die reeds bij Dostojevski aan de orde kwamen. Deze innerlijke strijd gaat gepaard met het tragisch levensgevoel. Voor wie geluk zoekt lijkt dit niet direct aantrekkelijk, maar wie zich niet bekommert om de onsterfelijkheid van de ziel en God, veronachtzaamt de belangrijkste levensbeschouwelijke en existentiële vragen.

Het werk van Unamuno is sterk beïnvloed door Blaise Pascal en Søren Kierkegaard. Maar zoals gezegd is ook Nietzsche voor hem van groot belang. In Het tragisch levensgevoel vestigt Unamuno de aandacht van de lezer op de waarde van het leven; op ‘de mens van vlees en bloed’; op zijn honger naar onsterfelijkheid; op de ontbinding van het rationele; op het belang van de naastenliefde en de menselijke persoonlijkheid.

De zin van het bestaan is niet zomaar verstandig te leven, door het individuele voortbestaan zolang mogelijk te rekken en veilig te stellen, door middel van de wet en het recht. Onsterfelijkheid vinden wij juist door niet al te verstandig en krampachtig aan onszelf vast te houden, maar door onszelf aan de ander weg te schenken, door te lijden en te sterven en door aldus de wereld om te vormen en te vereeuwigen. Door zijn dwaasheid, door zich onsterfelijk belachelijk te maken verwierf ook Don Quichot, de Ridder van de Droevige Figuur, het eeuwige leven.

Niet ten onrechte wordt Unamuno in verband gesteld met het christelijk existentialisme en wijsgerig ‘personalisme’, een belangrijke twintigste-eeuwse variant van het existentialisme, waartoe ook de grote Nederlandse rechtsgeleerde Paul Scholten behoorde.

In de bijeenkomst gaan we na welke relevantie Unamuno’s teksten hebben in ethisch en rechtsfilosofisch opzicht. We gaan in zijn spoor op zoek naar een ‘quichotteske rechtsfilosofie’ die recht doet aan de tragische dimensies van het bestaan.

Bijeenkomst 4: 'De grootinquisiteur' van Dostojevski
De gebroeders Karamazov is de laatste roman van Dostojevski. Hij schreef het in 1880, een jaar voor zijn dood. Vrijwel alle (post-Siberische) problematieken die hem jarenlang bezig hebben gehouden, heeft hij in dit verhaal verwerkt. Dat maakt De gebroeders Karamazov niet alleen een absoluut hoogtepunt in zijn eigen oeuvre. Vanwege de rijkdom aan thema's en de gelaagdheid ervan beschouwen velen deze roman als een van de grote werken uit de wereldliteratuur.

Naast de kernthema's die eerder aan bod zijn gekomen in De droom en Aantekeningen snijdt Dostojevski in De gebroeders Karamazov andere grote vraagstukken aan. Zo komen onder meer het conflict tussen de rede en geloof, de Russische ziel en het probleem van de theodicee aan de orde. Ook heeft hij in deze roman expliciet juridische onderwerpen opgenomen die belangrijke implicaties hebben voor het denken over recht en rechtvaardigheid.

De grootinquisiteur
In het hart van de roman (hoofdstuk 5 uit Boek VI) heeft Dostojevski De legende van de grootinquisiteur opgenomen. In de theaterbijeenkomst staan we stil bij deze beroemde legende over de terugkeer van Christus op aarde en wijze waarop hij door de kerk ontvangen wordt. De grootinquisiteur is een 'verhaal in een verhaal', bedacht en verteld door Ivan Karamazov. Ivan is een typisch dostojevskiaanse jonge intellectueel. Zijn legende verwoordt de opstand van Ivan tegen de wereld die God geschapen heeft.

De grootinquisiteur kan niet los worden gezien van het geheel waarin het is opgenomen: de roman De gebroeders Karamazov. Wat is de plaats en de rol van deze legende? Wat is de relatie van het verhaal tot het grotere verhaal van de roman? Vanuit deze vragen legt Claudia Bouteligier de link naar de vorige bijeenkomst over Dostojevski en de rechtsfilosofische betekenis van deze beroemde legende.

Moet mijn nietige persoon u eraan herinneren dat het Russische recht niet alleen inhoudt het straffen, maar evenzeer het redden van een verloren mensenkind? Laat bij andere volkeren de letter van de wet en de straf prevaleren, bij ons evenwel gaat het om de geest en het inzicht, de redding en de geestelijke hergeboorte van de verloren gegane mens.

Slootweg bespreekt de Bijbelse betekenissen en de theologische achtergronden van de legende. De grootinquisiteur richt zich tegen Christus en tegen de geest van de liefde, die hij voor deze wereld niet geschikt acht. Volgens de grootinquisiteur werkt de boodschap van Christus’ boodschap van vrijheid en liefde niet. De grotere gerechtigheid van de liefde is onhaalbaar voor de mens. Het is te elitair. Uit liefde voor de mensheid is een aangepast christendom het hoogst haalbare: een legistisch en juridisch christendom, zonder de last van vrijheid en geweten. Het hoogst haalbare is een barmhartige kerk die voorziet in wat mensen echt willen: vrede en veiligheid, de verzekering van het voortbestaan, door rigide wetten en procedures.

Om zijn verhaal kracht bij te zetten, verwijst de grootinquisiteur naar het verhaal van Christus in de woestijn. Na zijn doop ging hij 40 dagen vasten in de woestijn, waar hij bezocht werd door Satan. Christus wees diens drie verzoekingen af, maar nu heeft de kerk ze alsnog aangenomen. Dat is wat de grootinquisiteur Christus verwijt: uit liefde voor de mens had Christus het aanbod van Satan aan moeten nemen.

Het is de kunst van Dostojevski dat hij het vertoog van de grootinquisiteur uiterst verleidelijk en heel logisch doet klinken. Maar al mag, wat hij zegt, nóg zo aannemelijk en aantrekkelijk klinken, voor de zwijgende Christus klaagt hij zichzelf daarmee aan: de gerechtigheid gaat zijn logica te boven.

Bijeenkomst 3: Dostojevski in rechtsfilosofisch perspectief
Ziet u, heren, de rede is iets positiefs, dat staat buiten kijf, maar de rede is slechts de rede en bevredigt alleen het verstandelijke vermogen van de mens, maar het willen is een uitingsvorm van het hele leven, dat wil zeggen van heel het menselijk leven, de rede en alle soorten orenkrabberij inbegrepen. En hoewel het leven zoals het zich daarin uit vaak niet veel fraais blijkt te zijn, is het toch het leven, en niet alleen maar een vierkantsvergelijking.
(Aantekeningen)

Toen kwam ook de wetenschap tot hen. Toen zij verdorven waren, begonnen zij over broederschap en humaniteit te spreken en begrepen ze deze ideeën. Toen zij misdadigers werden, vonden zij het recht en de wet uit en schreven wetboeken vol om de gerechtigheid te beschermen; om het recht zeker te stellen werd de guillotine uitgevonden.
(De droom)

Fjodor Michailovitsj Dostojevski (1821-1881) wordt beschouwd als een van de grootste schrijvers van de negentiende eeuw. Hij is van ongekende invloed geweest op schrijvers en filosofen waaronder Nietzsche, Sartre, Kafka en Camus, auteurs die later in deze leergang uitgebreid aan bod komen. Nog voordat Nietzsche zijn dolle mens liet uitroepen dat God dood is, werkte Dostojevski de veranderende verhouding tussen mens en God al in meerdere literaire teksten uit: ‘Als God dood is, is alles geoorloofd’. Maar in tegenstelling tot Nietzsche, die zijn heil zocht in het overwinnen van de mens zonder God, keert Dostojevski juist terug naar het christelijk geloof in God en de onsterfelijkheid.

Broederschap en het recht
Dostojevski's christelijk geïnspireerde boodschap biedt een onmisbare bron van inspiratie. Zijn werk kenmerkt zich door een verlangen naar menselijkheid, naar eenvoud en liefde. Voor het recht zijn deze thema's buitengewoon belangrijk. Het moderne recht is in hoge mate gevormd door het zeventiende- en achttiende-eeuwse Verlichtingsdenken, waarin kennis en wetenschap centraal staan. Dit rationeel- wetenschappelijk denken domineert ook het huidige recht en de rechtswetenschap.

Dostojevski vestigt echter de aandacht op broederschap en aandacht voor de concrete naaste. Op scherpzinnige wijze onthult hij hoe het Verlichtingsdenken de concrete ander tekort doet. Hij toont indringend wat het gevaar is wanneer een persoon zich enkel door zijn rede of door een idee laat leiden en wat er gebeurt wanneer we de ander en de wereld begripsmatig willen vangen en (be)grijpen. Dostojevski confronteert de lezer met gevaarlijke consequenties van het Verlichtingsdenken: de verhouding tot de ander verkilt en versteent, waardoor de wereld van individualisme en vervreemding wordt opgeroepen. Voor het recht betekent dit dat voor menselijkheid en broederschap geen plaats is. Kan dan nog sprake zijn van rechtvaardigheid?

Twee werken: Aantekeningen en De droom
Tijdens deze derde bijeenkomst geeft Claudia Bouteligier een introductie tot deze rechtsfilosofische dimensie van Dostojevski. Hiertoe worden het korte verhaal De droom van een belachelijk mens. Een fantastische vertelling (1877) en de roman Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) besproken. Beide werken bevatten kernthema's van Dostojevski. Zijn kritiek op het rationalisme, de strijd tussen het hart en het verstand; de morele wedergeboorte door middel van een droom en ten slotte de inspiratie van christelijke compassie en liefde die tot transformatie en wedergeboorte kan leiden.