Bijeenkomst 8: Camus en de Vreemdeling: recht, empathie en het absurde

Bijeenkomst 8: Camus en de Vreemdeling: recht, empathie en het absurde
Iemand, die binnen de wet leeft, is niet bang voor een oordeel, die hem zijn plaats toebedeelt in de geordende maatschappij waarin hij gelooft.

Een kerntekst binnen 'Recht en literatuur'
Tijdens deze bijeenkomst bespreekt Claudia Bouteligier De vreemdeling (L'Étranger, 1942) van de Franse schrijver Albert Camus (1913-1960). Deze ogenschijnlijk eenvoudige, maar toch zeer rijke roman is buitengewoon relevant voor reflectie op het recht. Binnen 'Recht en literatuur' is veel geschreven over De vreemdeling (zoals door Richard Weisberg in zijn boek The Failure of the Word: The Protagonist as Lawyer in Modern Fiction, New Haven/London: Yale University Press 1984). Leidende kernconcepten (en legitimaties) van 'Recht en literatuur' komen helder naar voren, met name het belang empathie en inlevingsvermogen. Het verhaal van Meursault, de protagonist van De vreemdeling, toont een onmenselijke kant van het recht en het gevolg daarvan wanneer empathie en inlevingsvermogen ontbreken: er wordt onrecht gedaan.

In deze bijeenkomst verkennen wij een andere benadering: namelijk dat Camus juist het problematische karakter van inleving en empathie aan de kaak stelt. Leiden inlevingsvermogen en empathie inderdaad tot rechtvaardigheid, zoals in ‘Recht en literatuur’ wordt betoogd? Thematieken van eerdere bijeenkomsten, de vergeten persoon in het recht en de reducerende werking van de narratio worden treffend verbeeld in De vreemdeling.

Nietzsche en Dostojevski
Camus is in hoge mate beïnvloed door Nietzsche. Dit blijkt onder meer uit zijn protest tegen gerationaliseerde vormen van moraal en maatschappij. Ook het werk van Dostojevski heeft Camus in hoge mate geïnspireerd. Zo is het thema van de logische zelfmoord (cf. Dostojevski's belachelijke man) een belangrijk uitgangspunt in Camus' beroemde essay De mythe van Sisyphus. Een essay over het absurde (1942). Ook het probleem van de theodicee heeft Camus altijd bezig gehouden, met name de vraag hoe de liefde van God overeenstemt met het lijden van onschuldige kinderen en het onrecht dat hen wordt aangedaan (vgl. Ivan Karamazov in De grootinquisiteur).

De ongrijpbare Meursault
De vreemdeling is het relaas van Meursault, dat uit twee delen bestaat. In het eerste deel is de lezer getuige van een moord die de protagonist pleegt, en in het tweede deel staat diens arrestatie, ondervraging en proces centraal. Een ding valt direct op in het tweede deel: Meursault wordt niet gezien als persoon. Hoewel hij fysiek aanwezig is bij zijn proces, wordt hij uiteindelijk 'bij verstek' veroordeeld (cf. Levinas).

Meursaults veroordeling komt niet tot stand op basis van een juridische motivatie, maar op grond van narratieve constructies over zijn vermeende karakter. Zijn misdaad lijkt geheel naar de achtergrond te zijn verdwenen. De aanklager formuleert op zeer zorgvuldige wijze verhalen die Meursaults vreemd-zijn benadrukken en die, net als in het geval van Dmitri Karamazov, logischerwijs en dwingend naar een enkele conclusie leiden: de onomstotelijke vaststelling van schuld. Het lijkt erop dat hij door alle procesdeelnemers (niet alleen door de officier, maar ook door de jury en zelfs zijn eigen advocaat!) wordt beschouwd als een onbegrijpelijke vreemdeling. De ethische roep van zijn gelaat (Levinas) wordt niet gezien, laat staan gehoord. Meursault is een onbegrijpelijke vreemdeling die zich niet wenst te conformeren aan de geordende maatschappij. Dat is een van de redenen waarom hij moet sterven.

Meursault: een absurd mens?
In augustus 1942 schrijft Camus in een van zijn dagboeken dat De vreemdeling 'de naaktheid van de mens ten overstaan van het absurde' beschrijft. De notie van het absurde verwoordt Camus prachtig in de volgende beroemde zin: 'Het absurde ontstaat uit de confrontatie van de mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt' (De mythe van Sisyphus). De mens is een vreemdeling in de zinloze, contingente wereld. Maar wat rest ons dan nog? Met het antwoord op deze vraag onderscheidt Camus zich van Sartre - en van het existentialisme, zo zal blijken.

De absurde mens die Camus aan het eind van De mythe beschrijft, lijkt indringend te worden weergegeven in de persoon van Meursault. Wat betekent het om een absurde levenshouding aan te nemen? En wat zegt dit over empathie, inleving en het recht? Deze vragen staan centraal in de bijeenkomst 'Recht, empathie en het absurde'.


Afdrukken